Blooming

werkplaatsverhalen

Het begon op het schoolplein.

Wat blikken over en weer bij het halen en brengen van de kinderen. Daar bleef het een tijdje bij.

Tot het lichtjespad van school.

Daar kwam het eerste contact. De romantiek begon dus tussen de ledlichtjes en waxinelampjes.

Daarna kwamen de berichtjes, een etentje, koffie en voorzichtige kusjes. De kinderen konden het ook goed met elkaar vinden.

Twee huizen werden verkocht. Er kwam één huis voor terug, waar eerst nog flink aan geklust moest worden. Vier maanden later woonden ze er met z’n zessen.

Een paar jaar later zat ik bij Sandra en Mark aan de keukentafel om hun huwelijk voor te bereiden.

We praatten over hoe het allemaal was begonnen. Over hun ouders, de kinderen en het leven dat ze inmiddels samen hadden opgebouwd. Over wat ze in elkaar waardeerden en wat ze van elkaar hadden geleerd.

Sandra had van Mark geleerd dat ze soms iets mocht loslaten en tijd voor zichzelf mocht nemen.

Mark had van Sandra geleerd geduld te hebben en meer te genieten van kleine momenten. Geplakte markdown

Tijdens het voorbereiden en schrijven bewoog ik me steeds verder hun wereld in.

Daardoor ging het niet alleen over wat er tijdens de ceremonie gezegd moest worden. Het ging ook over hoe die middag mocht voelen.

Sandra en Mark wilden dat iedereen zich die dag op zijn gemak voelde. Ook de ceremonie mocht die ontspannen sfeer hebben.

Mijn toga bleef thuis. In plaats daarvan trok ik een feestelijk pak aan dat, eenmaal daar, wonderwel bij de sfeer bleek te passen.

Niet iedereen die bij hun verhaal hoorde, kon er die dag bij zijn.

Marks vader was drie jaar eerder onverwacht overleden. Zijn naam klonk aan het begin van de ceremonie.

Even was hij er toch bij.

En er waren de kinderen.

Wat ooit begon met twee ouders die elkaar op het schoolplein aankeken, was inmiddels een gezin van zes geworden.

Ook de kinderen kregen een zichtbare plek in de ceremonie. Voor hen lag een eigen document klaar. Zo konden ook zij hun ja geven aan deze nieuwe stap als gezin.

Muziek hoort bij Mark.

Op hun trouwdag kreeg ook die kant van hem de ruimte.

Voor Sandra zong hij You Are So Beautiful.

Tegen de tijd dat de bruidstaart werd aangesneden, had ik me al een tijdlang in hun wereld bewogen.

Misschien smaakte hij daarom nét iets lekkerder.

Net als het glaasje champagne erbij.

Read More →

In het portiek

werkplaatsverhalen

Ik zat een dagdeel in een portiek.

Voor me een tafel, mijn kaarten en een toolbox vol voorwerpen. Ik was uitgenodigd voor een feestelijk weekend. Aan de gasten was gevraagd of ze iets wilden aanbieden. Ik bood een aandachtig moment aan.

Verschillende mensen schoven die dag bij me aan. Met heel verschillende vragen. Over grenzen stellen. Over jezelf niet kwijtraken als er iets verandert. Over omgaan met wat je lichaam niet meer kan. Over veranderingen in een relatie. Geen kleine vragen. En ook geen vragen waarop ik het antwoord had. Gelukkig hoefde dat ook niet.

Vaak begin ik met: Wat leeft er in jou waar je aandacht aan wilt geven?

Daarna komen de kaarten op tafel. Op de kaarten staan woorden die helpen om te onderzoeken wat er speelt, wat belangrijk is en welke beweging daarbij past. Ik stel vragen en luister. Soms is er meteen een woord dat raakt. Soms duurt het wat langer. Dan komt ook de toolbox erbij. Een doos vol voorwerpen waaruit iemand een symbool kiest.

Ik vraag: Wat roept dit bij je op?

De gekozen woorden en het symbool leggen we bij elkaar. Zo ontstaat er een beeld. Vaak maakt iemand daar een foto van om mee naar huis te nemen. Maar belangrijker is wat er tijdens het gesprek duidelijk wordt. Soms krijgt iemand meer zicht op wat er eigenlijk speelt. Soms wordt duidelijk: ik moet dat gesprek aangaan. Of juist: voordat ik dat gesprek aanga, moet ik eerst voor mezelf weten wat ik wil. Het hoeft niet meteen opgelost te zijn. Maar er is vaak wel iets helderder geworden.

Aan het eind van de middag pakte ik mijn kaarten en mijn toolbox weer in. De woorden gingen terug in de tas. De voorwerpen terug in de doos. Wat er aan tafel was ontstaan, ging mee naar huis.

Read More →

Gjin better plak as thûs

werkplaatsverhalen

Toen duidelijk werd dat vader niet lang meer te leven had, werd ik gevraagd om langs te komen. Zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen waren er ook. Midden tussen hen in zat hij. Erg helder op dat moment. We hebben ruim een uur gepraat. Over zijn leven, zijn gezin, wat voor hem belangrijk was en hoe hij zijn afscheid voor zich zag. Hij was timmerman. Een echte.

Als Heit of Pake het niet kon maken, kon niemand het, werd er thuis gezegd. Hij had meegebouwd aan het huis waarin hij en zijn vrouw hun kinderen grootbrachten.

Na zijn overlijden kwamen de verhalen van zijn vrouw en kinderen erbij. Het ene

verhaal riep het andere op en zo ontstond zijn afscheid. Family Tree kreeg daarin een plek. Een tekst die ik in het Nederlands voorlas. De afscheidsdienst was in het dorpshuis. Na afloop werd hij door een erehaag naar de rouwauto gedragen. Daarna ging hij alleen naar het crematorium.

Precies zoals hij het zelf had gewild.

Na het afscheid maakte ik voor wie dat wilde een boek met de teksten en foto’s die tijdens de ceremonie waren gebruikt. Later hoorde ik dat het bij zijn vrouw op tafel lag. Als er iemand langskwam, werd het er regelmatig even bij gepakt.

Anderhalf jaar later werd ik opnieuw gebeld. Nu ging het om moeder. Ze zou niet lang meer leven.

Met haar heb ik niet meer kunnen praten. Toen ik bij de familie kwam, was ze inmiddels overleden en lag ze opgebaard in de woonkamer van haar eigen huis. Het was warm die dag. We gingen in de schaduw in de tuin zitten, met haar kinderen, een paar kleinkinderen en de achterkleinkinderen. Er was inmiddels zelfs een achterkleinkind bij gekomen.

En daar, in die tuin, begon ik opnieuw. Luisteren, verhalen verzamelen en schrijven.
Al snel kwamen de verhalen over alles wat ze maakte. Vooral naaien kon ze goed. Zelfs haar zoon liep als jongen van zeventien of achttien nog in broeken, jassen en overhemden die zijn moeder voor hem had gemaakt. In die kleding naaide ze haar eigen labeltje. Er kwamen meer verhalen. Over wat ze maakte en bewaarde, over recepten en het kopje thee als de kinderen uit school kwamen. En steeds kwam ook het huis terug. Het huis dat haar man had gebouwd. De plek waar ze samen hun gezin hadden grootgebracht en waar zij eigenlijk nooit meer weg wilde.

Gjin better plak as thûs. Geen betere plek dan thuis. Hij had het huis gebouwd. Zij had er een thuis van gemaakt. Ook Family Tree kreeg opnieuw een plek. Anderhalf jaar eerder had ik de tekst voorgelezen bij het afscheid van haar man. Nu las ik dezelfde tekst opnieuw. Eerst namen we afscheid van de ene wortel van de familie. Nu van de andere.

Moeder wilde graag een dominee bij haar afscheid. Voor haar man en de kinderen speelde het geloof geen grote rol. Voor haar wel. Dus deden we het samen. Ik vertelde haar levensverhaal en begeleidde de familie. De dominee nam het religieuze gedeelte voor zijn rekening. Haar afscheid was in een klein Fries kerkje. Daarna werd ze begraven op het kerkhof ernaast, naast haar ouders. De dominee ging mee voor het gebed bij het graf. Vlakbij stond het huis waar ze zelf was opgegroeid. Daarnaast het huis waar ze met haar man haar kinderen had grootgebracht. En waar inmiddels weer een volgende generatie woonde.

Gjin better plak as thûs. Als ik aan een afscheid begin, weet ik meestal nog niet wat de rode draad wordt. Gelukkig maar. Ik luister, vraag door en schrijf dingen op. Soms is het een tekst. Soms een uitspraak. En soms een klein labeltje in een zelfgemaakte jas. Je weet maar nooit waar je uiteindelijk mee thuiskomt.

Read More →
↑