Ik zat een dagdeel in een portiek.
Voor me een tafel, mijn kaarten en een toolbox vol voorwerpen. Ik was uitgenodigd voor een feestelijk weekend. Aan de gasten was gevraagd of ze iets wilden aanbieden. Ik bood een aandachtig moment aan.
Verschillende mensen schoven die dag bij me aan. Met heel verschillende vragen. Over grenzen stellen. Over jezelf niet kwijtraken als er iets verandert. Over omgaan met wat je lichaam niet meer kan. Over veranderingen in een relatie. Geen kleine vragen. En ook geen vragen waarop ik het antwoord had. Gelukkig hoefde dat ook niet.
Vaak begin ik met: Wat leeft er in jou waar je aandacht aan wilt geven?
Daarna komen de kaarten op tafel. Op de kaarten staan woorden die helpen om te onderzoeken wat er speelt, wat belangrijk is en welke beweging daarbij past. Ik stel vragen en luister. Soms is er meteen een woord dat raakt. Soms duurt het wat langer. Dan komt ook de toolbox erbij. Een doos vol voorwerpen waaruit iemand een symbool kiest.
Ik vraag: Wat roept dit bij je op?
De gekozen woorden en het symbool leggen we bij elkaar. Zo ontstaat er een beeld. Vaak maakt iemand daar een foto van om mee naar huis te nemen. Maar belangrijker is wat er tijdens het gesprek duidelijk wordt. Soms krijgt iemand meer zicht op wat er eigenlijk speelt. Soms wordt duidelijk: ik moet dat gesprek aangaan. Of juist: voordat ik dat gesprek aanga, moet ik eerst voor mezelf weten wat ik wil. Het hoeft niet meteen opgelost te zijn. Maar er is vaak wel iets helderder geworden.
Aan het eind van de middag pakte ik mijn kaarten en mijn toolbox weer in. De woorden gingen terug in de tas. De voorwerpen terug in de doos. Wat er aan tafel was ontstaan, ging mee naar huis.


