Toen duidelijk werd dat vader niet lang meer te leven had, werd ik gevraagd om langs te komen. Zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen waren er ook. Midden tussen hen in zat hij. Erg helder op dat moment. We hebben ruim een uur gepraat. Over zijn leven, zijn gezin, wat voor hem belangrijk was en hoe hij zijn afscheid voor zich zag. Hij was timmerman. Een echte.
Als Heit of Pake het niet kon maken, kon niemand het, werd er thuis gezegd. Hij had meegebouwd aan het huis waarin hij en zijn vrouw hun kinderen grootbrachten.
Na zijn overlijden kwamen de verhalen van zijn vrouw en kinderen erbij. Het ene
verhaal riep het andere op en zo ontstond zijn afscheid. Family Tree kreeg daarin een plek. Een tekst die ik in het Nederlands voorlas. De afscheidsdienst was in het dorpshuis. Na afloop werd hij door een erehaag naar de rouwauto gedragen. Daarna ging hij alleen naar het crematorium.
Precies zoals hij het zelf had gewild.
Na het afscheid maakte ik voor wie dat wilde een boek met de teksten en foto’s die tijdens de ceremonie waren gebruikt. Later hoorde ik dat het bij zijn vrouw op tafel lag. Als er iemand langskwam, werd het er regelmatig even bij gepakt.
Anderhalf jaar later werd ik opnieuw gebeld. Nu ging het om moeder. Ze zou niet lang meer leven.
Met haar heb ik niet meer kunnen praten. Toen ik bij de familie kwam, was ze inmiddels overleden en lag ze opgebaard in de woonkamer van haar eigen huis. Het was warm die dag. We gingen in de schaduw in de tuin zitten, met haar kinderen, een paar kleinkinderen en de achterkleinkinderen. Er was inmiddels zelfs een achterkleinkind bij gekomen.
En daar, in die tuin, begon ik opnieuw. Luisteren, verhalen verzamelen en schrijven.
Al snel kwamen de verhalen over alles wat ze maakte. Vooral naaien kon ze goed. Zelfs haar zoon liep als jongen van zeventien of achttien nog in broeken, jassen en overhemden die zijn moeder voor hem had gemaakt. In die kleding naaide ze haar eigen labeltje. Er kwamen meer verhalen. Over wat ze maakte en bewaarde, over recepten en het kopje thee als de kinderen uit school kwamen. En steeds kwam ook het huis terug. Het huis dat haar man had gebouwd. De plek waar ze samen hun gezin hadden grootgebracht en waar zij eigenlijk nooit meer weg wilde.
Gjin better plak as thûs. Geen betere plek dan thuis. Hij had het huis gebouwd. Zij had er een thuis van gemaakt. Ook Family Tree kreeg opnieuw een plek. Anderhalf jaar eerder had ik de tekst voorgelezen bij het afscheid van haar man. Nu las ik dezelfde tekst opnieuw. Eerst namen we afscheid van de ene wortel van de familie. Nu van de andere.
Moeder wilde graag een dominee bij haar afscheid. Voor haar man en de kinderen speelde het geloof geen grote rol. Voor haar wel. Dus deden we het samen. Ik vertelde haar levensverhaal en begeleidde de familie. De dominee nam het religieuze gedeelte voor zijn rekening. Haar afscheid was in een klein Fries kerkje. Daarna werd ze begraven op het kerkhof ernaast, naast haar ouders. De dominee ging mee voor het gebed bij het graf. Vlakbij stond het huis waar ze zelf was opgegroeid. Daarnaast het huis waar ze met haar man haar kinderen had grootgebracht. En waar inmiddels weer een volgende generatie woonde.
Gjin better plak as thûs. Als ik aan een afscheid begin, weet ik meestal nog niet wat de rode draad wordt. Gelukkig maar. Ik luister, vraag door en schrijf dingen op. Soms is het een tekst. Soms een uitspraak. En soms een klein labeltje in een zelfgemaakte jas. Je weet maar nooit waar je uiteindelijk mee thuiskomt.

